Artikel 5 minuten leestijd

Pseudo-eindheffing: wat betekent het voor je als werkgever?

Belastingadvies

Richard Van Schoor

Vanaf 1 januari 2027 betaal je 12% pseudo-eindheffing over elke auto van de zaak met CO₂-uitstoot. Voor een leaseauto van € 50.000 is dat € 6.000 per jaar, bovenop wat je nu al kwijt bent. Het is niet de enige pseudoheffing die je begroting kan raken. In dit artikel lees je wat pseudoheffingen zijn, welke er nu gelden en hoe je onaangename verrassingen voorkomt.

Wat is een pseudo-eindheffing?

Een pseudo-eindheffing is een extra belasting die je als werkgever betaalt via de aangifte loonheffingen. De werknemer merkt er niets van. De kosten zijn volledig voor jou.

Het woord "pseudo" zegt het al: het lijkt op een gewone eindheffing, maar het werkt anders. Je betaalt namelijk niet in plaats van de werknemer, maar bovenop het loon en de gewone loonheffingen. De overheid gebruikt pseudoheffingen vooral om gedrag te sturen. Bepaalde keuzes worden daardoor duurder, zoals een fossiele leaseauto, een ruime vertrekregeling of vroegpensioen.

Er zijn op dit moment drie pseudoheffingen waar werkgevers mee te maken krijgen.

1. Pseudo-eindheffing op auto's van de zaak (vanaf 2027)

Dit is de nieuwste en voor veel werkgevers de meest ingrijpende heffing.

Hoe werkt het?
Stel je een personenauto met CO₂-uitstoot ter beschikking aan een werknemer die de auto privé gebruikt? Dan betaal je vanaf 2027 jaarlijks 12% van de cataloguswaarde. Dat staat los van de bijtelling van de werknemer.

Waar zit de valkuil?
Voor deze heffing telt woon-werkverkeer als privégebruik. Een "verklaring geen privégebruik" helpt hier dus niet. Rijdt je werknemer met de auto naar kantoor, dan betaal je.

Welke auto's vallen eronder?

  • Benzine- en dieselauto's

  • Hybrides en plug-in hybrides

  • Niet: volledig elektrische auto's

  • Niet: bestelauto's (de regeling geldt alleen voor personenauto's)

Wat kost het jou?

Cataloguswaarde

Heffing per jaar

Per maand

€ 35.000

€ 4.200

€ 350

€ 50.000

€ 6.000

€ 500

€ 70.000

€ 8.400

€ 700

Heb je tien fossiele auto's van € 50.000 in je wagenpark? Dan kost dat je € 60.000 per jaar extra.

Is er overgangsrecht?
Ja. Voor auto's die je al vóór 1 januari 2027 ter beschikking stelt, geldt een overgangsperiode tot in 2030. Voorwaarde is dat je als werkgever de auto zelf blijft aanbieden. Elke fossiele auto die vanaf 2027 nieuw instroomt, valt direct onder de heffing. Je beslissingen over leasecontracten van dit najaar en de komende maanden bepalen dus hoe duur je wagenpark de komende jaren wordt.

2. RVU-heffing bij vervroegde uittreding

Laat je een werknemer eerder stoppen en betaal je een uitkering als overbrugging naar de AOW? Dan kan sprake zijn van een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Je betaalt dan een pseudo-eindheffing van ruim 50% over die uitkering.

Drempelvrijstelling: nu structureel
Vanaf 2026 is de drempelvrijstelling voor de RVU geen tijdelijke regeling meer, maar vast beleid. Je mag een werknemer tot maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd een uitkering geven tot € 2.357 bruto per maand (bedrag 2026) zonder RVU-heffing. De regeling is bedoeld voor mensen die door zwaar werk niet gezond tot hun AOW kunnen doorwerken.

Gaat de uitkering boven de drempel, of stopt iemand eerder dan drie jaar voor de AOW? Dan betaal je over het meerdere alsnog de heffing.

3. Eindheffing op excessieve vertrekvergoedingen

Deze heffing speelt vooral bij directeuren en topmanagers. Verdiende de werknemer in het jaar vóór het ontslag meer dan € 700.000 (drempel 2026)? En ligt de vertrekvergoeding boven die drempel? Dan betaal je 75% eindheffing over het excessieve deel. Die aangifte doe je apart, niet in de reguliere loonaangifte.

Waar gaat het in de praktijk mis?
Pseudoheffingen verrassen werkgevers meestal op momenten dat er al veel speelt:

  • bij een reorganisatie met beëindigingsvergoedingen;

  • bij afspraken over eerder stoppen met werken;

  • bij een individuele vertrekregeling voor een directielid;

  • bij het verlengen of vervangen van leasecontracten.

Wat op papier een goede regeling lijkt voor werkgever en werknemer, blijkt fiscaal soms een stuk duurder.

5 tips om verrassingen te voorkomen
  1. Breng je wagenpark nu in kaart
    Welke fossiele auto's heb je? Wanneer lopen de contracten af? Reken per auto uit wat 12% van de cataloguswaarde je vanaf 2027 kost. Vergelijk dat met een elektrisch alternatief.

  2. Pas je mobiliteitsbeleid aan
    Ga je leasecontracten afsluiten of verlengen? Kijk dan niet alleen naar de leaseprijs en de bijtelling, maar ook naar de pseudo-eindheffing. Overweeg om nieuwe fossiele auto's uit je autoregeling te schrappen.

  3. Laat vertrekregelingen vooraf toetsen
    Laat een beëindigingsovereenkomst fiscaal beoordelen voordat iemand tekent. Een kleine wijziging in de formulering kan grote gevolgen hebben voor de heffing.

  4. Let extra op bij oudere werknemers
    Nadert een werknemer de AOW-leeftijd? Dan kijkt de Belastingdienst kritisch of een vergoeding eigenlijk een overbrugging naar pensioen is. Leg daarom goed vast waarom de regeling er is, bijvoorbeeld om bedrijfseconomische of arbeidsrechtelijke redenen.

  5. Begroot de totale kosten
    Reken niet alleen met het bedrag dat de werknemer ontvangt. Tel ook de pseudoheffingen mee. Zo voorkom je dat je budget achteraf ontspoort.

Wat betekenen pseudoheffingen voor jouw organisatie?

Of het nu gaat om je wagenpark, een vertrekregeling of vroegpensioen: wie vooruitkijkt, voorkomt dure verrassingen. Onze fiscalisten rekenen graag met je mee.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk fiscaal advies. De bedragen gelden voor 2026, tenzij anders vermeld.